In het kort
De geschiedenis van implantologie begint al ruim 4.500 jaar geleden. Indiërs, Egyptenaren en Etrusken probeerden losse tanden te behouden met zijde, gouddraad en gouden banden. De Maya-bevolking ging rond het jaar 600 een stap verder en sleep tandwortelachtige implantaten uit schelpen. Vanaf 1500 werd geëxperimenteerd met goud, zilver en porselein, en rond 1900 met de metaallegering Vitallium. De echte doorbraak kwam in 1952, toen Per-Ingvar Brånemark ontdekte dat bot zich duurzaam aan titanium hecht: osseo-integratie. In 1965 werd de eerste patiënt met zijn titaniumimplantaten behandeld. Sindsdien zijn materialen, implantaatoppervlakken, chirurgische technieken en digitale planning voortdurend verder ontwikkeld.
Van het behouden van tanden naar het vervangen van tanden
De geschiedenis van tandheelkundige implantaten is een rijk en fascinerend verhaal. Zo wikkelden Indiërs rond 2600 voor Christus zijde rondom de tanden die los zaten door ontsteking van tandvlees en kaakbot (parodontitis) en knoopten zij deze vast aan de tanden die nog stevig in het kaakbot stonden. Honderd jaar later probeerden de oude Egyptenaren losse tanden te stabiliseren met ligatuurdraad van goud, een dun binddraad. Het is onbekend of zij dit deden toen de mens nog leefde of dat dit onderdeel was van het mummificatieproces.
De Etrusken deden iets soortgelijks 500 voor Christus: zij wikkelden een gouden band om de tanden voor stevigheid en verankerden deze met kleine spijkertjes aan de stevige tanden. In 300 na Christus kwamen de innovatieve tandvervangingen; deze waren uit ivoor geslepen en met gouddraad bevestigd aan de stevige tanden in de mond.
In dit artikel
In dit artikel nemen we u mee door de geschiedenis van implantologie: van de eerste pogingen om losse tanden te behouden tot het titanium implantaat van vandaag. Klik op één van de onderstaande onderwerpen om direct meer te lezen:
- Van het behouden van tanden naar het vervangen van tanden
- De eerste pogingen om tandwortels te vervangen
- Experimenteren met materialen en implantaatvormen
- Tijdlijn: van schelp tot digitaal implantaat
- De grote doorbraak: osseo-integratie
- Implantologie anno nu
- Veelgestelde vragen over de geschiedenis van implantologie
De eerste pogingen om tandwortels te vervangen
Het eerste bewijs dat de mensheid nadacht over een oplossing om de tandwortels te vervangen komt van de Maya-bevolking rond het jaar 600. De bevolking sleep tandwortelachtige implantaten uit schelpen. In de jaren '70 van de vorige eeuw zijn hier röntgenfoto's van gemaakt, waarop zelfs bot rondom de schelpen zichtbaar was.

Röntgenfoto van de drie schelpimplantaten. Bron: NCBI
Van 1500 tot 1800 werd er geprobeerd om tanden te verzamelen van kansarmen of van kadavers om die bij iemand anders te plaatsen. Het eerste gouden implantaat in de vorm van een holle cilinder werd geplaatst; helaas zonder succes. Meerdere materialen werden geprobeerd, zoals zilver en porselein.
Experimenteren met materialen en implantaatvormen
In 1900 werd er met Vitallium geëxperimenteerd, een metaallegering die ook in de orthopedie werd gebruikt, nadat ontdekt was dat dit materiaal goed genas in heupbot. Er werden experimenten op zowel mensen als honden uitgevoerd en nauwkeurig gedocumenteerd. In de jaren '40, '50 en '60 werd er met meer materialen en vormen geëxperimenteerd. Zo ontstond het bladimplantaat: een plat, mesvormig implantaat dat in het kaakbot werd geschoven, in plaats van de schroefvorm die we nu kennen. Ook werden er oplossingen bedacht hoe hiervan een afdruk gemaakt kon worden voor de constructie die erop moest komen.
Tijdlijn: van schelp tot digitaal implantaat
Periode |
Wat gebeurde er? |
Waarom belangrijk? |
|---|---|---|
ca. 600 na Chr. |
Maya's gebruikten schelpvormige implantaten als tandwortelvervanging |
Een van de oudste bekende voorbeelden van tandimplantatie |
1500-1800 |
Er werd geëxperimenteerd met het transplanteren van tanden en verschillende implantaatmaterialen |
Eerste pogingen om verloren tanden daadwerkelijk te vervangen |
19e eeuw / begin 20e eeuw |
Experimenten met goud, porselein, zilver en andere materialen |
Onderzoekers zoeken naar materiaal dat door het lichaam wordt geaccepteerd |
ca. 1900 |
Experimenten met Vitallium |
Meer aandacht voor biocompatibiliteit (of het lichaam het materiaal accepteert) en genezing in bot |
1940-1960 |
Veel experimenten met vormen en materialen, waaronder platte bladimplantaten |
Implantologie wordt steeds systematischer onderzocht |
1952 |
Per-Ingvar Brånemark ontdekt osseo-integratie bij onderzoek met titanium in bot |
Cruciale ontdekking: bot kan zich duurzaam aan titanium hechten |
1965 |
Eerste patiënt wordt behandeld met de door Brånemark ontwikkelde titaniumimplantaten |
Begin van de moderne, op osseo-integratie gebaseerde implantologie |
Jaren 70-80 |
Implantaten worden klinisch verder ontwikkeld en breder toegepast |
Implantologie groeit uit tot een voorspelbare behandelvorm |
Jaren 80-90 |
Verbeteringen in implantaatvormen, oppervlakken en chirurgische technieken |
Betere botintegratie en meer toepassingsmogelijkheden |
Jaren 90-2000 |
Directe plaatsing, directe belasting en botopbouw worden verder ontwikkeld |
Behandelingen worden sneller en kunnen in meer situaties worden uitgevoerd |
2000-heden |
Digitale planning, 3D-beeldvorming, CAD/CAM (computerondersteund ontwerpen en vervaardigen van kronen en bruggen) en computergestuurde chirurgie |
Meer precisie en betere voorbereiding |
Nu |
Verdere ontwikkeling van materialen, implantaatoppervlakken, navigatie, AI en robotica |
Focus verschuift naar nog voorspelbaardere, patiëntspecifieke behandeling |
De grote doorbraak: osseo-integratie
Een van de meest fundamentele onderzoeken en publicaties die vandaag de dag de basis vormen voor de implantologie van deze tijd is afkomstig van dr. Per-Ingvar Brånemark. In 1965 werd de eerste patiënt behandeld met het Brånemark-implantaatsysteem. De implantaten in zijn onderkaak hebben veertig jaar gefunctioneerd.
De ontdekking dat levend bot zich direct aan het titaniumoppervlak kon hechten en daar duurzaam mee kon integreren, was een toevalsbevinding. Brånemark had titanium in het bot van konijnen geplaatst om de bloedstroom te onderzoeken en merkte dat dit zeer moeizaam te verwijderen was. Het bot was tegen het implantaatoppervlak aan gegroeid en zo ontstond de term osseo-integratie.
Deze implantaten waren voornamelijk recht of bevatten een holle ruimte zodat bot er beter in kon groeien. Door de tijd heen werden de voor- en nadelen steeds duidelijker. Tegenwoordig richt de ontwikkeling zich voornamelijk op de oppervlaktestructuur en de biologische eigenschappen.
Implantologie anno nu
Van de eerste experimenten met schelp, ivoor en goud tot de digitaal geplande implantaatbehandeling van vandaag: de geschiedenis van implantologie laat vooral zien hoeveel het vak in relatief korte tijd is veranderd. De basis – het duurzaam verbinden van een implantaat met het kaakbot – werd halverwege de twintigste eeuw gelegd. Sindsdien zijn materialen, oppervlakken, chirurgische technieken en digitale hulpmiddelen voortdurend verder ontwikkeld.
Veelgestelde vragen over de geschiedenis van implantologie
Hoe lang bestaan tandimplantaten al?
Heel lang, maar de moderne variant is relatief jong. Er zijn archeologische aanwijzingen voor vroege vormen van tandimplantatie, onder andere bij de Maya's, ca. 600 na Chr. De implantaten van toen waren uiteraard niet vergelijkbaar met de implantaten die tegenwoordig worden gebruikt.
De grote doorbraak kwam met de ontdekking van osseo-integratie door Per-Ingvar Brånemark in 1952. In 1965 werd zijn titaniumimplantaat voor het eerst bij een patiënt toegepast. Daarmee ontstond de basis voor de moderne implantologie.
Waarom zijn moderne implantaten zo voorspelbaar geworden?
Niet alleen het implantaat zelf is verbeterd; het hele behandelproces is veranderd. Het gaat bijvoorbeeld om:
- biocompatibele materialen zoals titanium;
- verbeterde implantaatvormen;
- aangepaste, licht ruwe implantaatoppervlakken waar bot beter aan hecht;
- betere kennis van botgenezing en osseo-integratie;
- betere chirurgische technieken;
- botopbouw en regeneratieve technieken die het lichaam helpen zelf nieuw bot aan te maken;
- 3D-beeldvorming en digitale behandelplanning;
- steeds nauwkeurigere plaatsing.
Moderne implantologie is daardoor veel minder een kwestie van "een schroef in het bot zetten" en veel meer een biologisch en digitaal gestuurd behandelproces. Recente overzichtsliteratuur beschrijft die ontwikkeling ook als een verschuiving van een voornamelijk mechanische discipline naar een sterk biologisch en digitaal onderbouwde vorm van implantologie.
Zijn implantaten tegenwoordig veilig?
Implantaten zijn tegenwoordig een goed onderzochte en over het algemeen zeer betrouwbare behandeling. Voorwaarde is wel dat de behandeling in uw situatie de juiste keuze is en dat deze zorgvuldig wordt uitgevoerd en opgevolgd.
De langetermijngegevens zijn indrukwekkend. Een studie uit 2026 die de resultaten van meerdere onderzoeken samenvat, kwam voor titaniumimplantaten uit op 93,0%: na twintig jaar zat en functioneerde nog 93,0% van de implantaten.
Uw implantaat kan dus tientallen jaren functioneren, maar het is geen onderhoudsvrije oplossing.
Hoe lang gaat een implantaat mee?
Een implantaat heeft geen vaste houdbaarheidsdatum. De levensduur hangt onder meer samen met uw botconditie, uw mondhygiëne, de belasting, uw algemene gezondheid, roken, het onderhoud en het ontstaan van complicaties. Sommige implantaten functioneren tientallen jaren.
Dat 93,0% van de implantaten na twintig jaar nog functioneert, betekent overigens niet dat ieder implantaat precies twintig jaar meegaat of dat het daarna vervangen moet worden.
Kan een implantaat mislukken?
Ja. Ook moderne implantaten zijn niet in alle gevallen succesvol. Een implantaat kan bijvoorbeeld niet goed met het bot integreren of er kan later ontsteking rond het implantaat ontstaan. Uw risico wordt onder andere beïnvloed door de gezondheid van uw tandvlees, uw mondhygiëne, roken, uw botkwaliteit, de belasting en uw algemene gezondheid. Een zorgvuldige afweging of de behandeling in uw situatie de juiste keuze is, een zorgvuldig uitgevoerde behandeling en regelmatige nazorg zijn daarom belangrijk.
Is een implantaat hetzelfde als een natuurlijke tand?
Nee, een implantaat vervangt de wortel van uw ontbrekende tand. Daarop komt bijvoorbeeld een kroon, brug of prothese. Een implantaat heeft bovendien geen parodontaal ligament zoals uw eigen tand: het elastische vezelweefsel dat een natuurlijke tand met het kaakbot verbindt en schokken opvangt. Juist daarom zijn een goede aansluiting van het implantaat op het bot en het gezond houden van de weefsels eromheen zo belangrijk.
Worden implantaten nog steeds verder ontwikkeld?
Zeker. De ontwikkeling gaat bijvoorbeeld door op het gebied van:
- implantaatoppervlakken;
- nieuwe materiaalcombinaties, zoals titanium-zirkonium (een sterkere legering);
- keramische implantaten;
- digitale planning;
- navigatie tijdens de operatie;
- 3D-printing;
- kunstmatige intelligentie;
- robotondersteunde implantologie;
- regeneratieve technieken en bioactieve oppervlakken die de botaanhechting stimuleren.
Niet iedere nieuwe techniek is automatisch beter of al bewezen. Sommige innovaties zijn veelbelovend, maar hebben nog onvoldoende langetermijngegevens. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde nieuwe materialen, slimme implantaten en sommige AI-/robottoepassingen.
Maak een afspraak
Implantologiepraktijk Garderen is een gespecialiseerde verwijspraktijk voor implantologie met meer dan 30 jaar ervaring. Wij bieden:
- Topkwaliteit mondzorg
- Persoonlijke aanpak
- NVOI-gecertificeerde implantologen
U kunt bij onze praktijk terecht voor het plaatsen van implantaten ter vervanging van een tand of kies of voor een klikprothese. Klik op de onderstaande knop en maak een afspraak bij Implantologiepraktijk Garderen.


