In het kort
Botopbouw is nodig wanneer er te weinig kaakbot is om een implantaat stevig te plaatsen, bijvoorbeeld door tandverlies, parodontitis of een ongeval. De implantoloog kiest een techniek die past bij de plaats en omvang van het tekort. In de achterste bovenkaak kan dat een sinuslift zijn, bij een te smalle of lage kaakwal ridge augmentatie of GBR, en bij een groter tekort een botplaat. Het implantaat wordt meestal geplaatst nadat het bot enkele maanden is genezen, maar soms kan dit tijdens dezelfde behandeling.
Wat is botopbouw?
Een implantaat kan een goede oplossing zijn voor het vervangen van een ontbrekende tand of kies. Daarvoor moet er wel voldoende kaakbot aanwezig zijn. Is het bot te smal of te laag, dan kan het nodig zijn om dit eerst aan te vullen. Dat noemen we botopbouw.
Welke behandeling daarvoor geschikt is, verschilt per patiënt. Soms is een relatief kleine aanvulling voldoende, terwijl bij een groter bottekort een uitgebreidere ingreep nodig kan zijn. Ook de plaats in de kaak speelt een rol. Is er in de bovenkaak weinig bot door de neusholte, dan kan bijvoorbeeld een sinuslift (een ingreep om in de bovenkaak ruimte voor extra bot te maken) nodig zijn, terwijl bij een smalle kaakwal (het deel van het kaakbot waarin de tanden en kiezen staan) vaak een andere techniek wordt toegepast.
In dit artikel
In dit artikel leest u wanneer botopbouw nodig is, welke technieken er zijn en wat u kunt verwachten van de behandeling en het herstel. Klik op één van de onderstaande onderwerpen om direct meer te lezen:
- Wat is botopbouw?
- Waarom is een botopbouw soms nodig?
- Welke technieken voor botopbouw zijn er?
- Welke techniek past bij welk bottekort?
- Welk botmateriaal wordt gebruikt?
- Hoe lang duurt het herstel na botopbouw?
- Doet botopbouw pijn?
- Wat zijn de risico's van botopbouw?
- Wat kunt u zelf doen om het proces beter te laten verlopen?
- Veelgestelde vragen over botopbouw
- Botopbouw bij Implantologiepraktijk Garderen
Waarom is een botopbouw soms nodig?
Wanneer een tand of kies verloren gaat, verandert ook het kaakbot op die plaats. De wortel ontbreekt en het bot wordt daar minder belast. Daardoor kan het geleidelijk in hoogte en breedte afnemen. Dit proces kan het plaatsen van een implantaat bemoeilijken.
Botverlies kan ook andere oorzaken hebben. Zo kan parodontitis (een ontsteking van het tandvlees en het kaakbot rondom de tanden) het kaakbot aantasten en kan na een ongeval of ontsteking botweefsel verloren gaan. In de bovenkaak speelt bovendien de neusholte een rol. Na het verlies van kiezen kan deze holte zich uitbreiden, waardoor er minder bot overblijft om een implantaat in te plaatsen.
Of botopbouw daadwerkelijk nodig is, hangt af van de hoeveelheid beschikbaar bot en de positie waarin het implantaat moet komen. De implantoloog beoordeelt dit tijdens het onderzoek en kan hiervoor aanvullende beeldvorming, zoals een röntgenfoto of 3D-scan, gebruiken.
Welke technieken voor botopbouw zijn er?
Er zijn verschillende manieren om het kaakbot aan te vullen. De keuze hangt vooral af van de plaats en de omvang van het bottekort. Een tekort aan bothoogte vraagt namelijk niet altijd om dezelfde behandeling als een te smalle kaakwal.
Sinuslift: botopbouw in de bovenkaak
Een sinuslift wordt toegepast in de achterste bovenkaak wanneer er onvoldoende bothoogte aanwezig is onder de neusholte. Tijdens de behandeling wordt het slijmvlies van de kaakholte voorzichtig omhooggebracht. De ruimte die hierdoor ontstaat, wordt aangevuld met botmateriaal.
Er zijn verschillende manieren om een sinuslift uit te voeren. Welke techniek geschikt is, hangt onder meer af van de resterende bothoogte en de anatomie van de neusholte en de bovenkaak.
Soms kan het implantaat tijdens dezelfde behandeling worden geplaatst. Daarvoor moet er voldoende bestaand bot aanwezig zijn om het implantaat direct stevig vast te zetten. Is dat niet het geval, dan wordt eerst de botopbouw uitgevoerd en volgt de implantaatplaatsing nadat het bot voldoende is genezen.
Ridge augmentatie en GBR: een te smalle of lage kaakwal
Bij ridge augmentatie (ridge is Engels voor kaakwal) wordt de kaakwal verbreed of verhoogd. Dit is nodig wanneer er onvoldoende bot aanwezig is om een implantaat op de juiste positie te plaatsen.
Een veelgebruikte techniek is Guided Bone Regeneration (GBR). Hierbij brengt de implantoloog botmateriaal aan op de plaats waar extra bot nodig is. Vaak wordt dit afgedekt met een membraan (een dun vlies) dat het gebied beschermt en ruimte biedt voor de vorming van nieuw bot.
Afhankelijk van de omvang van het tekort kan deze behandeling relatief beperkt zijn, maar ook een uitgebreidere reconstructie vereisen. De vorm van het botdefect en de gewenste positie van het implantaat bepalen mede welke aanpak wordt gekozen.
Botopbouw met een botplaat
Bij een groter bottekort kan een botplaattransplantaat (het overbrengen van een stuk bot naar de plek van het tekort) nodig zijn. Hierbij wordt een stukje bot gebruikt om het ontbrekende volume aan te vullen. De botplaat kan bijvoorbeeld afkomstig zijn van uzelf uit een andere plaats in de kaak, of van een donor, en wordt op de gewenste locatie vastgezet.
Deze techniek vraagt doorgaans meer van de patiënt dan een beperkte botopbouw. Wanneer eigen bot wordt gebruikt, moet het bovendien eerst op een andere plaats worden geoogst. Dat kan extra napijn en zwelling veroorzaken.
Een botplaat is niet bij ieder groot bottekort noodzakelijk. De implantoloog beoordeelt of deze techniek voordelen biedt ten opzichte van andere vormen van botopbouw.
Wanneer worden technieken gecombineerd?
Soms is er zowel een tekort aan bothoogte als aan botbreedte. In dat geval kan één techniek onvoldoende zijn. Een sinuslift kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met ridge augmentatie om op verschillende plaatsen extra botvolume te creëren.
De behandelingen kunnen soms in één sessie worden uitgevoerd, maar het kan ook verstandiger zijn om ze in afzonderlijke fasen te plannen. Dat hangt af van de omvang van het bottekort en de mogelijkheden om het implantaat voldoende stabiel te plaatsen.
Welke techniek past bij welk bottekort?
Onderstaande tabel geeft een globale indruk van de verschillen. De genoemde termijnen zijn richtlijnen; de daadwerkelijke behandelduur hangt af van de situatie en het verloop van de genezing.
Tabel 1. Overzicht van technieken voor botopbouw
Techniek |
Wanneer toepassen? |
Tijd tot plaatsing implantaat |
Belasting |
|---|---|---|---|
Sinuslift |
Bij onvoldoende bothoogte in de achterste bovenkaak. Vooral een tekort aan hoogte. |
Soms direct; vaak na 6 maanden. |
Na voldoende botgenezing en stabiele integratie van het implantaat. |
Ridge augmentatie / GBR |
Bij een te smalle of plaatselijk te lage kaakwal. Van beperkt tot uitgebreid tekort. |
Vaak circa 4–6 maanden; soms langer. |
Na voldoende genezing en beoordeling van de implantaatstabiliteit. |
Botplaat |
Bij een groter of duidelijk begrensd botdefect. Vaak aanzienlijk verlies van breedte en/of hoogte. |
Vaak circa 6 maanden of langer. |
Na controle van de botgenezing en implantaatstabiliteit. |
Combinatie van technieken |
Bij complexe botdefecten waarvoor één techniek niet volstaat. Gecombineerd hoogte- en breedtetekort. |
Vaak 6 maanden of langer; soms meerdere fasen. |
Afhankelijk van de uitgevoerde behandelingen en de genezing. |
Let op: dit zijn globale indicaties. De daadwerkelijke planning hangt af van de anatomie, de omvang van het bottekort en het verloop van de genezing.
De genoemde termijnen hebben betrekking op de periode tot implantaatplaatsing. Daarna moet het implantaat zelf nog voldoende met het kaakbot vergroeien voordat de definitieve kroon of brug kan worden geplaatst. De implantoloog bepaalt op basis van de genezing wanneer de volgende stap verantwoord is.
Welk botmateriaal wordt gebruikt?
Naast de techniek speelt ook de keuze van het botmateriaal een rol. Hiervoor kan eigen bot worden gebruikt, maar er zijn ook materialen beschikbaar die afkomstig zijn van menselijke of dierlijke donoren. Daarnaast bestaan er synthetische botvervangers.
Elk materiaal heeft eigen eigenschappen. De ene variant ondersteunt vooral het behoud van het botvolume, terwijl een andere juist vanwege zijn biologische eigenschappen wordt gekozen. Er is daarom niet één materiaal dat voor iedere botopbouw de beste keuze is.
Eigen bot
Eigen bot wordt bij de patiënt zelf geoogst, bijvoorbeeld uit een andere plaats in de kaak. Het bevat biologische factoren en kan levende botcellen bevatten die bijdragen aan de botvorming.
Het nadeel is dat er een extra operatie nodig kan zijn. Dat betekent een tweede wond en mogelijk extra napijn of zwelling. Ook is de hoeveelheid bot die kan worden geoogst beperkt.
Donorbot
Donorbot is afkomstig van een menselijke donor en wordt verwerkt voor medisch gebruik. Het voordeel is dat er geen extra operatie nodig is om bot bij de patiënt zelf te verkrijgen.
De eigenschappen verschillen van die van eigen bot. Of donorbot geschikt is, hangt onder meer af van het product en de omvang van het botdefect.
Dierlijk bot
Dierlijk bot wordt gebruikt als botvervanger en kan helpen om het volume van het opgebouwde gebied te ondersteunen. Veelgebruikte varianten worden relatief langzaam afgebroken, waardoor ze gedurende langere tijd ruimte kunnen bieden voor botvorming.
Het materiaal wordt niet noodzakelijk volledig vervangen door lichaamseigen bot. Omdat het afkomstig is van een dier, kan de herkomst bovendien voor sommige patiënten een belangrijke overweging zijn.
Synthetisch bot
Synthetische botvervangers worden gemaakt uit kunstmatige materialen, bijvoorbeeld op basis van calciumfosfaat of hydroxyapatiet (mineralen die ook in natuurlijk bot voorkomen). Ze zijn beschikbaar in verschillende samenstellingen en hebben uiteenlopende eigenschappen.
Hoe snel het materiaal wordt afgebroken en hoe de botvorming verloopt, verschilt per product. De keuze hangt daarom niet alleen af van het feit dat het materiaal synthetisch is, maar vooral van de eigenschappen en de toepassing ervan.
Tabel 2. Vergelijking van botmaterialen
Botmateriaal |
Voordelen |
Nadelen en aandachtspunten |
Wanneer kan het geschikt zijn? |
|---|---|---|---|
Eigen bot |
Biologische eigenschappen die de botvorming ondersteunen. |
Extra operatie mogelijk; mogelijke klachten op de donorlocatie. |
Bij geselecteerde grotere reconstructies of wanneer eigen bot een meerwaarde biedt. |
Donorbot (menselijke oorsprong) |
Geen tweede operatie voor botwinning nodig; verkrijgbaar in verschillende vormen. |
Eigenschappen hangen af van verwerking en product; niet voor elke indicatie hetzelfde geschikt. |
Bij geselecteerde botdefecten als alternatief voor eigen bot. |
Dierlijk bot |
Kan het behoud van botvolume ondersteunen; toegepast bij bepaalde botopbouwen. |
Dierlijke oorsprong; materiaal kan langdurig aanwezig blijven en wordt niet altijd volledig vervangen door eigen bot. |
Bijvoorbeeld bij geselecteerde sinusliften. |
Synthetisch bot |
Geen menselijke of dierlijke donor nodig; verschillende samenstellingen beschikbaar. |
Botvorming en afbraak verschillen per materiaal; niet elk product past bij elk defect. |
Bij geselecteerde defecten, afhankelijk van de eigenschappen en het behandelplan. |
De keuze voor botmateriaal is individueel. De eigenschappen verschillen ook tussen producten binnen dezelfde categorie.
De uiteindelijke keuze wordt afgestemd op de behandeling en de individuele situatie. Soms wordt één materiaal gebruikt, maar een combinatie van eigen bot en een botvervanger is ook mogelijk. De implantoloog bespreekt welke opties geschikt zijn en waarom.
Hoe lang duurt het herstel na botopbouw?
Na een botopbouw heeft het behandelde gebied tijd nodig om te genezen. Hoe lang dat duurt, verschilt per techniek en per patiënt. Bij een beperkte ingreep kan het herstel relatief eenvoudig verlopen, terwijl een grotere reconstructie meer tijd vraagt.
Het is daarbij belangrijk om onderscheid te maken tussen het herstel van de wond, de vorming van nieuw bot en het vastgroeien van het implantaat. Dat zijn verschillende processen, die niet noodzakelijk op hetzelfde moment zijn afgerond.
In veel gevallen duurt het enkele maanden voordat een implantaat kan worden geplaatst. Bij uitgebreidere botopbouw kan dat langer zijn. Ook nadat het implantaat is geplaatst, moet het voldoende met het kaakbot integreren voordat de definitieve kroon of brug volgt.
Tijdens de controles beoordeelt de implantoloog of de genezing voldoende gevorderd is om de volgende stap in de behandeling te zetten.
Doet botopbouw pijn?
De behandeling wordt doorgaans onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. Tijdens de ingreep hoort u daarom geen scherpe pijn te voelen, al kunt u wel druk of beweging ervaren.
Na afloop kunnen zwelling, gevoeligheid en blauwe plekken ontstaan. Hoeveel last u daarvan heeft, hangt af van de omvang van de behandeling. Wanneer eigen bot op een andere plaats wordt geoogst, kan ook die plek gevoelig zijn.
Uw behandelaar geeft instructies over pijnstilling en nazorg. Neem contact op met de praktijk wanneer de pijn of zwelling duidelijk toeneemt, u koorts krijgt of u zich zorgen maakt over de genezing.
Wat zijn de risico's van botopbouw?
Zoals bij iedere chirurgische ingreep kunnen complicaties optreden. Denk aan een nabloeding, infectie of vertraagde wondgenezing. Soms groeit het bot onvoldoende aan of gaat een deel van het opgebouwde volume verloren.
Bij een sinuslift kan het slijmvlies van de kaakholte beschadigd raken. Bij een behandeling met een botplaat kunnen daarnaast klachten ontstaan op de plaats waar het bot is geoogst.
De risico's verschillen per techniek en per patiënt. De implantoloog bespreekt vooraf welke complicaties in uw situatie relevant zijn en hoe deze zoveel mogelijk kunnen worden beperkt.
Wat kunt u zelf doen om het proces beter te laten verlopen?
- Rust nemen: vermijd zware lichamelijke inspanning gedurende de eerste dagen.
- Mondhygiëne: zorg voor een goede mondhygiëne om infecties te voorkomen. Uw implantoloog kan een antibacteriële spoeling aanbevelen.
- Voeding: eet zacht voedsel en vermijd harde of scherpe etenswaren die de wond kunnen irriteren.
- Controleafspraken: bezoek regelmatig uw tandarts om het genezingsproces te laten controleren.
Veelgestelde vragen over botopbouw
Kan een implantaat worden geplaatst als er te weinig kaakbot is?
In veel gevallen kan het bot eerst worden aangevuld. Welke techniek geschikt is, hangt af van de plaats en de omvang van het tekort. Soms zijn er ook andere behandelopties.
Welke technieken voor botopbouw zijn er?
Veelgebruikte technieken zijn de sinuslift in de bovenkaak, ridge augmentatie en GBR bij een te smalle of lage kaakwal, en een botplaat bij een groter tekort. Soms worden technieken gecombineerd. De keuze hangt af van de plaats en de omvang van het bottekort.
Kan een implantaat tegelijk met de botopbouw worden geplaatst?
Dat is soms mogelijk, mits er voldoende bestaand bot aanwezig is om het implantaat direct stabiel te plaatsen. Als dat niet lukt, wordt het implantaat doorgaans pas geplaatst nadat het opgebouwde bot voldoende is genezen.
Hoe lang duurt het herstel na botopbouw?
Dat verschilt per techniek en per patiënt. In veel gevallen duurt het enkele maanden voordat een implantaat kan worden geplaatst, bij uitgebreidere botopbouw langer. Daarna moet het implantaat nog vergroeien met het kaakbot voordat de definitieve kroon of brug volgt.
Doet botopbouw pijn?
De behandeling wordt doorgaans onder plaatselijke verdoving uitgevoerd, dus u hoort tijdens de ingreep geen scherpe pijn te voelen. Na afloop kunnen zwelling, gevoeligheid en blauwe plekken ontstaan. Uw behandelaar geeft instructies over pijnstilling en nazorg.
Is eigen bot beter dan andere types bot?
Niet per definitie. Eigen bot heeft specifieke biologische eigenschappen, maar vraagt soms een extra operatie. Andere bottypes verschillen onderling in samenstelling en gedrag. De beste keuze hangt af van het botdefect en het behandelplan.
Blijft het opgebouwde bot behouden?
Het doel van botopbouw is om voldoende botvolume te creëren voor een stabiel implantaat. Hoe goed dit volume behouden blijft, hangt af van de genezing, de gebruikte techniek en de mondgezondheid. Goede mondhygiëne en regelmatige controles blijven belangrijk.
Botopbouw bij Implantologiepraktijk Garderen
Heeft u te horen gekregen dat er onvoldoende kaakbot aanwezig is voor een implantaat? Dan is het verstandig om de mogelijkheden zorgvuldig te laten beoordelen. Afhankelijk van uw situatie kan botopbouw uitkomst bieden, maar niet iedere patiënt heeft dezelfde behandeling nodig.
Bij Implantologiepraktijk Garderen bespreken we welke mogelijkheden er zijn, hoe het behandeltraject eruit kan zien en met welke kosten u rekening moet houden. Neem contact op met de praktijk om uw situatie te bespreken en te ontdekken welke behandeling bij u past.
Maak een afspraak
Implantologiepraktijk Garderen is een gespecialiseerde verwijspraktijk voor implantologie met meer dan 30 jaar ervaring. Wij bieden:
- Topkwaliteit mondzorg
- Persoonlijke aanpak
- NVOI-gecertificeerde implantologen
U kunt bij onze praktijk terecht voor het plaatsen van implantaten ter vervanging van een tand of kies of voor een klikprothese. Klik op de onderstaande knop en maak een afspraak bij Implantologiepraktijk Garderen.


